Samenvatting
Het verhaal speelt zich af in het midden van de Heian-periode. De abt van de Mitsui-tempel, dicht bij het Biwameer (Shiga Prefectuur), hield van vissen en genoot ervan om afbeeldingen van vissen te maken. Sterker nog, hij vond altijd tijd om vissen te tekenen. Bovendien leken de vissen op zijn schilderijen levendiger dan de echte vissen die in het meer zwommen. De abt had natuurlijk nooit vissen gedood of gegeten.
Op een dag werd de abt ziek en raakte hij uiteindelijk in kritieke toestand. De leerlingen die hem omringden maakten zich zorgen dat hun meester op zijn sterfbed lag. Maar drie dagen later opende de abt plotseling zijn ogen en haalde hij diep adem. "Gelukkig, je bent eindelijk bij bewustzijn gekomen," zei een van de leerlingen. "Het voelde zeker als of ik dood was. Hoe lang heb ik geslapen?" "Drie dagen," antwoordden de leerlingen. De abt knikte en zei: "Kan iemand naar de visser Suke uit het dorp gaan? Vertel hem dat hij onmiddellijk hierheen moet komen. Ik wil hem een interessant verhaal vertellen."
Even later kwam een jonge visser haastig naar de monniken toe. De abt zei tegen de visser: "Jij ging drie dagen geleden vissen in het meer, en je hebt een grote karper gevangen, waarvan je net het hoofd hebt afgehakt." "Dat klopt. Hoe weet u dat?" vroeg Suke verwonderd. De abt vervolgde: "Ik heb de afgelopen drie dagen een vreemde droom gehad. Op een dag liep ik langs de oever van het meer en voelde ik een sterke drang om te zwemmen. Ik deed mijn kleding uit en sprong het water in. Vreemd genoeg, net als op het land, kon ik gemakkelijk ademhalen onder water. Toen kwam er een enorme vis naar me toe en nodigde me uit om er op te klimmen. Ze nam me mee naar de diepste plek van het meer.
Daar zag ik iemand in een schitterend kostuum met een kroon op het hoofd. Die persoon was de god van het meer. De god zei tegen mij: 'Ik heb op je gewacht. Jij toont zoveel zorg voor de vissen en hebt veel visafbeeldingen gemaakt. Daarom wil ik je de gouden karperkleding geven. Word een karper en geniet ten volle van het leven hier. Maar ik waarschuw je, luister goed. Bijt nooit op het aas van een haak. Als je door mensen wordt gevangen, is het afgelopen en word je gedood.' Zo sprak de god en verdween, en toen was ik veranderd in een karper. Gelukkiger dan ooit begon ik vrij rond te zwemmen. Drie dagen lang zwom ik in elke hoek van het meer, maar op een gegeven moment kreeg ik honger. Maar ik kon niets te eten vinden. Eindelijk vond ik dan een klein beetje voedsel. Ondanks dat ik gewaarschuwd was, kon ik de honger niet langer weerstaan en beet ik erop. Jij was aan het vissen met je boot. Dat was jouw aas, nietwaar? Toen ik werd gevangen, riep ik herhaaldelijk: 'Dat ben ik! Dat ben ik!' Toen ik op de snijplank in de keuken lag, riep ik weer: 'Dat ben ik! Ik ben de abt!'
Maar jij, met een mes in de hand, hakte mijn hoofd af. Op dat moment kwam ik bij bewustzijn en besefte ik dat ik omringd was door mijn leerlingen. Na het verhaal van de abt zei de visser: "Dat klopt. Toen ik het hoofd van de karper wilde afhakken, merkte ik dat de karper met zijn mond bewoog. Maar ik begrijp niet wat dat betekende." Daarna voltooide de abt zijn levensloop. Bij zijn sterfbed verzocht hij om de visafbeeldingen die hij had gemaakt in het meer te gooien. Een wonder geschiedde. De vissen kwamen uit de schilderijen en begonnen als echte vissen te zwemmen.
Bron: "Ugetsu Monogatari"
















































