Samenvatting
Het Verhaal van de Slapende Kinderen
Er was eens een klein dorpje aan de rand van een donkere, dichte woud. De inwoners van het dorp geloofden in een oud gezegde: "Slapende kinderen groeien." Maar wat ze niet wisten, was dat dit gezegde een sinister geheim met zich meebracht. Iedere nacht, als de maan hoog aan de hemel stond, kwamen de schaduwen uit het woud en slopen naar de huizen van de slapende kinderen.
Op een avond, terwijl de sterren helder straalden, sliep een jonge jongen genaamd Thomas in zijn bed. Hij had altijd gehoord dat goed slapen hem zou laten groeien, maar deze nacht was anders. De lucht was zwaar en de stilte werd doorbroken door een zacht gefluister. De schaduwen van het woud hadden het op hem gemunt. Ze kwamen om een prijs te eisen voor elk uur dat hij sliep.
Terwijl Thomas in een diepe slaap lag, voelden de schaduwen zich aangetrokken tot zijn onschuld. Hun inhalige handen reikten naar zijn dromen, en terwijl ze de vrije loop namen, begon Thomas te worstelen in zijn slaap. De volgende ochtend werd het dorp wakker met een gevoel van onbehagen, want Thomas was verdwenen. De ouders zochten in paniek, maar wat ze niet wisten was dat hij gevangen zat in de greep van de duistere schaduwen.
Het dorp dacht dat de legende slechts een verhaal was, een waarschuwingsverhaal voor ouders om hun kinderen niet te laat te laten slapen. Maar de waarheid was dat de schaduwen elke nacht op zoek waren naar nieuwe slachtoffers, en Thomas was slechts de volgende in een lange rij van slapende kinderen die nooit meer zouden ontwaakten. Ver weg, in het hart van het woud, zouden ze altijd blijven groeien – niet in de fysieke zin, maar in de duisternis die hen omhulde.



