Samenvatting
De Flater van de Boze Tovenaar
Er was eens een boze tovenaar genaamd Malak, die in een donker kasteel woonde aan de rand van het dorp. Malak was niet alleen boos, maar ook bijzonder jaloers op de vreugde en het geluk van de dorpsbewoners. Elke keer wanneer hij hen hoorde lachen of feesten, voelde hij de woede in zijn hart groeien. Op een dag besloot hij dat hij hen eens een lesje moest leren. Hij dacht na over een krachtige vloek die hij over het dorp kon uitspreken.
Met zijn magische staf in de hand, mompelde Malak de vloek terwijl hij naar het dorp keek. "Zij zullen nooit meer gelukkig zijn!" riep hij. Op dat moment zond hij een donkere schaduw over het dorp, en de lucht werd grijs. Maar wat Malak niet wist, was dat de vloek niet slechts zijn vijanden zou treffen. Terwijl hij de woorden sprak, begon de vloek ook op hem terug te kaatsen. Het was alsof het universum hem zijn eigen gemene bedoelingen terug gaf.
In plaats van de vreugde van de dorpelingen te verwoesten, zorgde de vloek ervoor dat Malak in een eindeloze stroom van ongeluk belandde. Zijn kasteel begon te vervallen, zijn magische krachten werden slap, en zelfs zijn gebroken spiegels reflecteerden alleen maar verdriet. Wat voor hem begon als een poging om anderen ongelukkig te maken, verandert in zijn eigen nachtmerrie.
Op een middag, terwijl hij in de ruïnes van zijn kasteel zat, kwam er een oude vrouw voorbij. Ze stopte en zei: "Je had beter tegen het geluk van anderen kunnen vechten dan te proberen hen te vervloeken. De vloek die je hebt uitgesproken, is als het graven van twee putten; één voor hen en één voor jezelf." Malak begreep eindelijk de waarheid van de woorden van de vrouw. Met deze les in zijn hart, besloot hij de rest van zijn dagen te wijden aan het herstellen van wat hij had kapotgemaakt, en misschien, heel misschien, zou hij de weg naar geluk weer kunnen vinden.













