Samenvatting
De Woede van de Koning
Er was eens een machtige koning die in een land vol schoonheid en vrede regeerde. Zijn onderdanen hielden van hem, maar de koning had één grote zwakte: hij kon zijn woede niet beheersen. Wanneer hij boos was, stonden zijn haren rechtop, bijna alsof ze de kroon die hij droeg, wilden opdrijven. De mensen noemden dit 'de woede van de koning'.
Op een dag ontdekten de koninklijke wachters dat een groep rebellen zich verzamelde aan de rand van het koninkrijk. Deze rebellen waren vastberaden om het regime van de koning omver te werpen. Toen de koning van deze opstand hoorde, explodeerde zijn woede. Hij riep zijn adviseurs bijeen en zijn gezicht werd rood van woede. De legers werden snel opgeroepen en het dorp dat de rebellen herbergde, werd omsingeld.
Terwijl de koning zijn soldaten leidde, voelde hij de hitte van zijn woede zich uitbreiden. De rebellen, die zich goed voorbereid hadden, waren echter niet van plan om zich zonder strijd over te geven. Toen de strijd losbarstte, klonken de klanken van zwaarden en geschreeuw, terwijl het stof om hen heen dansde. De koning, in zijn woede verblind, vergat bijna zijn morele plicht als heerser.
Na vele uren van strijd, terwijl de zon onderging, stond de koning eindelijk oog in oog met de leider van de rebellen. Deze man, met rustige ogen en een resolute houding, vroeg de koning waarom hij zijn eigen mensen zo goed als had uitgeroeid. De koning, onder de invloed van zijn woede, schreeuwde terug, maar volgens de legende, op dat moment, besefte hij dat woede slechts vernietiging bracht. De koning leerde die dag dat ware macht van begrip en medeleven kwam, niet van woede. En zo besloot hij om de strijd te beëindigen en de weg naar vrede in te slaan.



