Samenvatting
Jan de Vries en Anna de Vries, samen met hun kinderen, vertrokken naar een rustige kampeerplaats in de bergen. Bij het kampvuur vertelde Jan een verhaal over de voortdurende cyclus van het leven, en zijn woorden drongen diep door in de harten van de kinderen.
Toen ze de oevers van een rivier bereikten, deelde Jan de gevangen vis met zijn gezin en genoten ze samen van de maaltijd. Na het eten, geraakt door de woorden van hun vader, verzamelden de kinderen zorgvuldig de achtergebleven visbotten en begonnen deze in de aarde te begraven, alsof zij een klein graf vormden. In deze handeling voelden zij een diepe eerbied voor het leven en een bijna mystieke ceremonie.
In de namiddag, gedreven door hun onschuldige nieuwsgierigheid, waagden de kinderen zich steeds dieper het bos in. Terwijl zij door het halfduistere woud renden, klonk plotseling een scherp geweerschot. Zij werden getuige van een schokkend tafereel waarin een jager per ongeluk zijn partner neer schoot. Overmand door angst en verwarring konden de kinderen niets anders dan vluchten.
Toen zij thuis terugkeerden, begon men in het dorp te fluisteren dat het jachtongeluk geen toeval was, maar het gevolg van het eeuwenoude 'Het Verboden Spel'. Jan verklaarde met een zware stem dat de onschuldige daad van de kinderen – het begraven van de visbotten als een graf – de sluimerende verboden causaliteit in het bos had gewekt. De stilte van het woud en de tragedie van de verloren partner waren de tol die de natuur eiste voor het tarten van haar wetten.
Naarmate de nacht dieper viel, spiegelde een vleugje verdriet zich in Jan's ogen naast het bijna gedoofde kampvuur. De lange schaduwen van het bos leken plotseling hun lot te voorspellen, en de pijn van de vergissing was een strenge straf voor de roekeloze inmenging in de natuur. In dat moment begreep het gezin dat hun onschuldige spel de verzegelde vloek had gewekt en dat het rad van het lot voor eeuwig in beweging was gezet.

















































