Samenvatting
Er was eens een vreemd man die altijd maar sliep in een dorp. Hij maakte zich totaal geen zorgen om de slechte dingen die mensen over hem zeiden of de kinderen die hem uitlachten. In feite was hij als kind een gewone jongen. Maar op een dag begon hij plotseling te slapen. Hij kwam alleen uit bed om naar het toilet te gaan en viel meteen weer in slaap zodra hij terug was.
Het dorp had last van een droogte en hoewel iedereen tot God bad voor regen, had het geen effect. De dorpsbewoners begonnen te denken dat God boos was en geen regen gaf omdat Slaper geen werk deed en enkel sliep. Daarom kwamen de dorpsbewoners samen om Slaper te straffen.
Op dat moment werd Slaper wakker, stond uit bed op en ging buiten met een geeuw. Toen hij langzaam de berg opging, begon hij met onvrede een grote steen te duwen. De dorpsbewoners keken toe en dachten: "Het is onmogelijk om die steen te bewegen", maar Slaper bleef hard vechten om de steen te duwen.
Toen begon de steen te beven en rolde uiteindelijk het dal in. De steen botste tegen een grotere steen en rolde verder. Dit resulteerde in een blokkade van de rivier, waardoor het water van de rivier veranderde en in de velden stroomde. De dorpsbewoners waren dolgelukkig en de rijstvelden raakten vol water.
In werkelijkheid maakte Slaper zich altijd zorgen over de droogte en dacht hij na over een goede oplossing. Toen hij thuis kwam, viel hij weer in slaap.


















































